Hoogbegaafdheid komt voor uit de combinatie van een uitzonderlijke intelligentie, creativiteit en doorzettingsvermogen. Vaak wordt het IQ gebruikt als maat voor hoogbegaafdheid. Er wordt dan gesproken van hoogbegaafdheid als het IQ 130 of hoger is. Dit wordt onderzocht met de WISC. Als de score van het kind in de bovenste twee percentielen valt, is er sprake van hoogbegaafdheid.
Er zijn een aantal misvattingen over wanneer iemand hoogbegaafd is. Zo is iemand niet gelijk hoogbegaafd als hij of zij goede cijfers of werkprestaties behaalt. Ook als iemand een fotografisch geheugen heeft, wil dit niet zeggen dat iemand ook hoogbegaafd is. Als iemand hoogbegaafd is, is er meer aan de hand dan alleen het ‘slim’ zijn.
Hoogbegaafdheid wordt onder andere gekenmerkt door het anders denken dan iemand die niet hoogbegaafd is, en niet zoals veel mensen denken in het enkel behalen van goede werkprestaties.
Hieronder staat een aantal kenmerken weergegeven die van toepassing kunnen zijn op hoogbegaafde kinderen. Dit wil niet zeggen dat al deze kenmerken van toepassing zijn.
Een belangrijk onderdeel van hoogbegaafdheid is erfelijkheid. De invloed die de sociale omgeving op de ontwikkeling van hoogbegaafdheid heeft, is groot. Dit kan zowel positief als negatief zijn.
Als hoogbegaafdheid niet onderkend wordt, bestaat er het gevaar van onderpresteren.
Onderpresteren kan komen doordat het kind niet (op de goede manier) gestimuleerd wordt in zijn of haar ontwikkeling. Hierdoor presteert het kind slechter dan hij of zij kan. Het gebrek aan uitdaging is een belangrijke oorzaak van het onderpresteren. Het niveau ligt voor het hoogbegaafde kind dan te laag. Dit kan als gevolg hebben dat het kind zich gaat vervelen en niet meer gemotiveerd wordt.
Wanneer het kind te weinig uitdaging heeft gehad in het lager onderwijs (omdat het hoogbegaafde kind door zijn of haar sterke geheugen makkelijk kon leren), kan het kind een verkeerde studiemethode hebben ontwikkeld. Dit kan in het hoger onderwijs zorgen voor problemen met studeren. Speciaal voor kinderen die hier last van hebben, hebben wij de training Leren Leren ontwikkeld.
Naast hoogbegaafdheid zijn er ook nog andere oorzaken voor onderpresteren, namelijk emotionele problemen of geen of onvoldoende motivatie. Een kind kan ook gaan onderpresteren, omdat hij of zij niet op wil vallen tussen leeftijdsgenoten. Het kan dan bijvoorbeeld zo zijn dat het kind thuis al goed kan lezen, maar op school doet het kind alsof hij of zij net zoveel moeite moet doen om te lezen als leeftijdsgenoten.
De gevolgen van onderpresteren zijn altijd negatief voor het kind. Door onderpresteren kan er namelijk een laag of onjuist zelfbeeld ontstaan. Sommige kinderen kunnen depressief worden (soms zelf suïcidaal gedrag vertonen), of kinderen kunnen last hebben van faalangst door perfectionisme. Er zijn ook kinderen die basale angsten ontwikkelen (bijvoorbeeld voor bacteriën) en hierdoor buikklachten krijgen (‘schoolziek’). Daarnaast kunnen deze kinderen in een sociaal isolement komen te zitten.
Om (hoog)begaafdheid te diagnosticeren wordt er in de Kinderpraktijk een uitgebreid onderzoek gedaan. Dit gebeurt aan de hand van het model van Heller. Hierbij wordt het kind bekeken aan de hand van vijfentwintig gebieden. Door dit model kan er (ondanks een tegenvallende IQ-score) toch uitspraak worden gedaan over het (hoog)begaafdheidsniveau van het kind.
Ook nadat (hoog)begaafdheid is gediagnosticeerd lopen deze kinderen regelmatig vast. Voor deze kinderen geeft de Kinderpraktijk een training die uitlegt wat er precies aan de hand is en hoe die kinderen om kunnen gaan met hun (hoog)begaafdheid. De verschillende onderwerpen die behandeld worden zijn: onderpresteren, vervelen, leerstijlen en je eenzaam voelen. Ook worden er veel tips gegeven hoe zij hiermee kunnen omgaan.
Kinderpraktijk Heijligers & Treep
Reeweg Oost 71
3312 CL Dordrecht
tel.nr. 078-639 07 05
copyright kinderpraktijk Heijligers & Treep 2022